naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 29/11/2017

VEEL VRAAGTEKENS VOOR TOEKOMST SCHOENMAKERIJ

Toekomst in het gedrang bij gebrek aan opleiding

Na de Tweede Wereldoorlog waren er in ons land nog meer dan 10.000 schoenherstellers. In elk dorp, in elke gemeente waren er meerdere schoenmakers. In veel gevallen ging het om een bijberoep, en zwartwerk was destijds meer regel dan uitzondering. Het beroep had in het verleden ook vaak een negatieve connotatie, als gevolg van het feit dat heel wat opleidingen tot schoenmaker werden gegeven in scholen of instellingen voor andersvaliden.

 

 

MET UITSTERVEN BEDREIGD, TOCH STERK IMAGO

Vandaag is het aantal schoenmakers gedecimeerd, maar het imago van de schoenmaker is sterk verbeterd. Nu wordt de schoenmaker beschouwd als een vakman, zoals een loodgieter of een bakker. Betrouwbare cijfers over het aantal schoenherstellers in ons land zijn moeilijk te vinden. Beroepsfederaties en leveranciers van de sector blijven op de vlakte als het erop aankomt leden- of klantenaantallen op te geven.

Cijfers

Volgens het zeer betrouwbare marketing- en bedrijfsinformatiebureau Graydon waren er op 31 juli 2017 exact 639 firma's of zelfstandigen in het handelsregister ingeschreven met als hoofdactiviteit reparatie van schoeisel en lederwaren. In de praktijk zijn er zeker veel meer schoenherstellers. Een aantal schoenwinkeliers hebben een eigen atelier voor hun reparaties en vaak zijn schoenmakers ook ingeschreven met een andere eerste activiteit, zoals slotenmakers, die schoenmakerij als bijberoep aangeven. Hoe dan ook, het aantal schoenmakers in ons land is duidelijk veel beperkter dan pakweg dertig jaar geleden. Een aantal verantwoordelijken van beroepsgroeperingen in ons land geven toelichting bij de situatie van de schoenmakerij gisteren, vandaag en morgen. Een bloemlezing van de bespiegelingen die ons werden toegestuurd.

DE SCHOENMAKER VANDAAG

Twee categorieën

“De schoenmakerij van vandaag kan men opsplitsen in twee categorieën: de snelschoenmakerijen en de ambachtelijke herstellers. Het moet immers de moeite lonen om schoenen te laten herstellen. Wie een paar slippers of ballerina's van 25 euro heeft aangekocht, zal uiteraard niet bereid zijn om hetzelfde bedrag aan de herstelling te besteden. Voor kleine reparaties aan goedkoop schoeisel, een zooltje of hakje dat loskomt, een stikseltje dat het begeeft, wipt men bij een snelhersteller binnen en voor enkele euro's kan men weer verder. Wie daarentegen 400 euro voor zijn merkschoenen heeft betaald, is wel bereid om enkele tientallen euro's te spenderen aan nieuwe hakken of zolen. Hiervoor wordt een beroep gedaan op de ambachtelijke vakman, de meester-schoenmaker, maar die wordt dan soms geconfronteerd met de problematiek van het vinden van het juiste materiaal voor de herstelling.“

Materialen

“In sommige gevallen vindt men moeilijk leder of verf in de juiste kleur, zolen met het juiste dessin, of gespen en accessoires die eigen zijn aan het merk. De leveranciers van grondstoffen beschikken ook vaak niet over de merkgebonden materialen, waarin er soms logo's zijn verwerkt."

Het ecologische bewustzijn speelt in het voordeel van de schoenhersteller. Men denkt twee keer na alvorens iets weg te gooien, en dat geldt niet alleen voor schoenen

SPECIALISATIE EN ORTHOPEDIE

Een meester-schoenmaker schrijft: “De belangrijkste oorzaak van de teloorgang van het beroep is de klant. De aankoop van een paar schoenen beantwoordt niet meer aan een noodzaak, maar vaak aan een gril of een plotse bevlieging. Men koopt een paar schoenen voor de kleur of voor het merk. Sommige modellen van goedkope makelij zorgen voor voetproblemen, die op latere leeftijd gecorrigeerd moeten worden. Dan wendt men zich tot de schoenhersteller die voor een oplossing moet zorgen. De herenvoeten worden steeds breder, en toch ziet men meer en meer schoenen met scherpere tippen. Gevolg: de oprekmachines leveren goed werk!" Schoenmakers met een opleiding of specialisatie in orthopedie blijven altijd een sterk marktaandeel behouden en de vergrijzing van de maatschappij zal dit in de toekomst zeker nog doen toenemen.

SPREIDING VAN DE ACTIVITEITEN

Het is de laatste jaren vrijwel onmogelijk geworden om de beroepsactiviteit te beperken tot het herstellen van schoenen, handtassen en andere lederwaren. “Hiervoor is er onvoldoende werk, daar alleen kan men zijn brood niet mee verdienen."

Slotenmakerij

De overgrote meerderheid van de schoenmakers biedt dan ook een brede waaier aan verschillende diensten en producten. In de meeste gevallen is slotenmakerij de tweede service die geleverd wordt. Dat kan zich beperken tot het kopiëren van sleutels in de winkel of het atelier, maar sommige collega's hebben deze afdeling verder uitgebouwd en gaan ook bij de klanten thuis sloten herstellen en plaatsen.

Nummerplaten en dergelijke

Er zijn nog veel andere diensten en producten die door de schoenhersteller aangeboden worden: nummerplaten voor auto's ,
depot voor droogkuis, verkoop van onderhoudsproducten, veters en inlegzooltjes verkoop van kleine lederwaren, horlogebandjes, 
batterijen voor horloges, graveerwerk , bronzeren, verzilveren of vergulden van schoenen en souvenirs in samenwerking met gespecialiseerde bedrijven, verkoop van (goedkope) juwelen en sieraden … en nog veel meer. Het aandeel van deze activiteiten in de omzet van de onderneming varieert sterk.

BELANGRIJKSTE HERSTELLINGEN

Stik- en plakwerk

De tijd dat lederen zolen en hakken plaatsen de corebusiness was van de schoenhersteller, is definitief voorbij. Enkel voor de herstelling van hoogwaardige herenschoenen wordt er nog leder gebruikt. Het grootste deel van het werk bestaat uit stik- en plakwerk, dameshakken en kleine orthopedische aanpassingen.

Zolen

Verder ook het plaatsen van contreforts, binnenzolen, ritssluitingen, elastieken en andere kleine werkjes. Voor kleine herstellingen kijkt de klant ook naar de prijs, die vaak op voorhand wordt besproken. Zoals gezegd, moet de reparatieprijs een redelijke verhouding hebben tot de aankoopprijs van de schoenen.

Vergrijzing

De vergrijzing van de maatschappij heeft ook een positieve invloed op de verkoop van comfortschoeisel, dat ook vaker naar de schoenmaker wordt gebracht voor reparatie. “We zijn al blij als we herstellingen binnenkrijgen. Vaak worden er echter onmogelijke vragen gesteld. Een schoenhersteller kan van een goedkoop model uit China geen hoogkwalitatieve comfortschoen maken."

SAMENWERKING MET FABRIKANTEN

Een aantal fabrikanten van merkschoenen werken samen met schoenherstellers. In ons land staan vooral van Bommel en Ambiorix hierom bekend. Om erkende schoenhersteller te worden voor een van die merken, moet deze vakman proeven van bekwaamheid afleggen en bewijzen dat hij in staat is degelijk vakwerk af te leveren. Wie een erkenning heeft van een van die merken, mag dit in zijn schoenmakerij aankondigen en kan ook beschikken over de authentieke grondstoffen (hakken, zolen en leder) van de fabrikant, om op ideale wijze de herstelling te kunnen uitvoeren. In ons land zijn er ongeveer een honderdtal schoenmakerijen die over een dergelijke erkenning beschikken.

… EN MET DE SCHOENDETAILHANDELAAR

“Een aantal schoenmakers werken samen met plaatselijke schoenhandelaars. De winkelier verwijst de klanten naar de schoenmaker, die op zijn beurt in een aantal gevallen herstellingen voor de winkelier uitvoert, zodat deze zich niet moet wenden tot de vertegenwoordiger of de fabrikant, en de herstelling snel en tegen een aanvaardbare prijs kan gebeuren."

Beperkte kennis

Over het algemeen blijkt dit soort samenwerking minder vaak dan vroeger te bestaan. Veel schoenherstellers beklagen zich over de beperkte productkennis van de schoenwinkelier. “De winkelier verkoopt schoenen, waarbij hij zelf onvoldoende op de hoogte is van de maakwijze en de gebruikte materialen. Als er zich dan problemen voordoen, is het soms moeilijk om de schoenen terug te sturen naar de (buitenlandse) fabrikant, die ook vaak niet bereid is om op eventuele klachten positief te reageren. Dan komt de winkelier bij de schoenmaker biechten, en die moet het probleem maar oplossen …"

OPLEIDING

Op dit ogenblik is het aanbod voor opleidingen in de schoenmakerij zeer beperkt. In het opleidingscentrum 'Scheldeland' Oost-Vlaanderen, in Lokeren, wordt er ook een cursus schoenmakerij aangeboden. Voor zover ons bekend is, is er in het Franstalige landsgedeelte momenteel geen opleiding. De 'IFPAPME' organiseert volgend jaar geen cursus, zo staat te lezen op hun website.

BEROEPSVERENIGINGEN

Ons land kent een aantal beroepsverenigingen van schoenherstellers, die soms nationaal en soms regionaal zijn georganiseerd. Spijtig genoeg was er in het verleden onvoldoende samenwerking, en zelfs rivaliteit tussen de verschillende groeperingen. Het gaat meestal om historisch gegroeide toestanden. “Gelukkig bestaat er de laatste jaren meer toenadering tussen de verschillende federaties, en dat is een goede zaak, omdat uiteindelijk elke groepering van schoenmakers hetzelfde doel nastreeft: de belangen van de schoenmakerij verdedigen."

Evolutie bespreken

De meeste schoenmakers die bij een vereniging zijn aangesloten, zijn hierover tevreden tot zeer tevreden: “Op de vergaderingen met collega's valt er altijd iets te leren: we wisselen contacten uit, bespreken de evolutie van de sector en geven elkaar tips over de aanpak van soms moeilijke herstellingen." Deze verenigingen hebben ook contacten met de overheid voor problemen inzake btw en handelspraktijken.

TOEKOMST

Er is zeker nog toekomst voor de bekwame vakman. Dure en goede schoenen zullen altijd bekwame herstellers nodig hebben. Het is de taak van de beroepsgroeperingen om erover te waken dat de continuïteit van het beroep gewaarborgd blijft. ?

Dit artikel kwam tot stand dankzij de medewerking van de beroepsverenigingen in ons land. Dank aan Odette Aussems, Frédéric Buchet, Maurice Daniels, Jean-Marie Dehairs, Carole Oléo, Luc Ramelot, Eric Scaillet, Gaby Schaeck, Philippe Tirone, Guy Van Belle en Maryelle Vinckier