naar top
Menu
Logo Print
15/06/2018 - RENÉ BROEKAERT

ZAKENBAROMETER MEI 2018: DEEL 3

SPERPERIODE HELEMAAL UITGEHOLD

De betekenis van de sperperiode wordt helemaal ontkracht.solden

De wetgeving met betrekking tot de sperperiode werd in België vastgelegd bij art. 53, § 1 van de wet van 14 juli 1991 (wet Handelspraktijken).

Deze regeling betreft het verbod tot aankondigingen van prijsverminderingen gedurende of met uitwerking tijdens de 'sperperiode', in de sectoren van kleding (met inbegrip van schoenen) en lederwaren. De sperperiode is dus, naar de geest van de wet, een periode van een maand die voorafgaat aan de jaarlijkse koopjesperiodes, tijdens dewelke er geen reclame gemaakt wordt voor prijsverlagingen.

In de praktijk zijn er echter talrijke uitwegen mogelijk om te ontsnappen aan het verbod tot het aankondigen van kortingen:

Fluistersolden: Een handelaar mag perfect lagere prijzen aanbieden, ook tijdens de sperperiode, zolang hij er maar geen melding van maakt. Hij mag weliswaar niet met verlies verkopen. Het verbod in de sperperiode houdt een verbod in voor aankondigingen en affichering van kortingen, maar verbiedt niet om een individuele klant korting te geven.

Gezamenlijk aanbod: (bv. 3 kopen 2 betalen of 1 +1 gratis ...) Er bestaat geen enkel verbod om tijdens de sperperiode een gezamenlijk aanbod te verlenen. Het gezamenlijke aanbod wordt juridisch omschreven als het aanbod waarbij de al dan niet kosteloze verkrijging van goederen of diensten gebonden is aan de verkrijging van andere goederen of diensten.

Braderie: Op het verbod op aankondigingen van prijsverminderingen tijdens de sperperiode geldt 1 belangrijke uitzondering. Tijdens occasionele handelsmanifestaties die ten hoogste vier dagen duren, die uitgaan van een plaatselijke handelaarsvereniging én die maximaal 1 keer per jaar worden georganiseerd, moet er met het verbod op aankondigingen van prijsverminderingen geen rekening worden gehouden.

IN DE PRAKTIJK

Zoals men ziet, en inmiddels iedereen weet, kan de sperperiode makkelijk omzeild worden, en dat gebeurt dan ook massaal, niet alleen door de filiaalzaken, maar ook steeds meer door de 'kleine' lokale handelaar en eenmanszaak, die niet aan de druk van de concurrentie kan of wil ontsnappen.

'Korting is korting', zo redeneert de consument, en welke term daarvoor gebruikt wordt, maakt niet zoveel uit.

Hoewel een groot deel van de handelaars vindt dat de opruimingsperiodes van juli en januari eigenlijk te vroeg komen, omdat op dat ogenblik de winter/zomer nog moet beginnen, zijn we nu verzeild geraakt in een situatie waarin de kortingen nu al op 1 juni en 1 december starten.

Begrijpe wie kan …